Overslaan en naar de inhoud gaan
project

Zorg dragen in Team

Probleemschets

In de grootstedelijke Antwerpse context zijn er veel scholen met een groot aantal leerlingen met een lage sociaal-economische status (SES). In deze scholen ligt het aantal zittenblijvers opmerkelijk hoger dan in scholen met veel hoge SES-leerlingen waardoor de kans op ongekwalificeerde uitstroom toeneemt. Immers, zittenblijven is een indicator van ongekwalificeerde uitstroom.

Uit onderzoek blijkt dat scholen met veel lage SES-leerlingen vaker een lagere collective teacher efficacy (CTE) hebben, terwijl ze die CTE net harder nodig hebben om de leerprocessen van alle leerlingen vooruit te stuwen en om een gedragen zorgbeleid uit te werken. Zorg in het onderwijs gaat bijgevolg niet enkel over de concrete handelingen van een leerkracht, maar ook over een zorgbeleid dat past in een brede visie en gezamenlijke aanpak van de school.

Vanuit deze probleemstelling willen we teams creëren die geloven dat ze de leerprocessen van alle leerlingen kunnen vooruit stuwen door goed onderwijs te geven, die veel positieve energie investeren, de lat hoog leggen, volhouden als het moeilijk gaat en elkaar inspireren om die hoge verwachtingen te halen. Het is reeds bekend dat een hoog niveau van CTE verband houdt met betere leerprestaties van leerlingen. Aanvullend hierop focust dit onderzoek zich ook op de effecten van CTE op de zorg voor leerlingen. 

Onderzoeksdoel en Onderzoeksvragen

Dit project heeft als doel om te onderzoeken welke initiatieven in leraren-in-opleiding, leraren en partners uit het werkveld effectief zijn om hen te versterken om als team te werken aan brede en verhoogde zorg die ingebed is in een zorgbeleid op school. Omdat het onderzoek hiernaar nog schaars is onderscheiden we twee onderzoeksvragen:

  1. Aan welke kenmerken moet het netwerk voldoen om effectief te zijn?
  2. Welke waarde op individueel en collectief niveau wordt er gecreëerd door het netwerk waarin studenten, leerkrachten en lerarenopleiders van en met elkaar leren? 
Aanpak en Methodologie

Om de eerste onderzoeksvraag te beantwoorden ontwikkelen we op basis van een literatuurstudie leerateliers en professionaliseringsmomenten voor studenten uit de lerarenopleiding en hun schoolmentoren. Tegelijk ontwikkelen studenten van de opleiding opleidings- en onderwijswetenschappen (UAntwerpen) een tool om deze initiatieven te evalueren en te optimaliseren. Wanneer de initiatieven succesvol ingezet zijn kunnen we CTE als hefboom gebruiken om tot sterkere brede en verhoogde zorg te komen. Deze initiatieven intensifiëren in de eerste plaats de relatie student-mentor waarbij zowel de student als de begeleidende leraar met praktijkvragen aan de slag gaan.

Deze leerateliers en professionaliseringsmomenten fungeren daarnaast ook als netwerken waarbinnen lerarenopleiders én partners uit het werkveld samen studenten opleiden. Alle partijen zitten in een lerende positie, waardoor zowel werkveld als lerarenopleiders zich professionaliseren. In de leerateliers wordt kennis gedeeld over visieontwikkeling op brede en verhoogde zorg en op CTE in scholen met een diverse leerlingenpopulatie. Ook reflecteren de deelnemers over hoe zij samenwerken, hun verwachtingen en hun gezamenlijke doelgerichtheid. Het teach as you preach principe is dus voortdurend aanwezig.

De beoogde resultaten zijn voor alle deelnemers een betere verstrengeling met het werkveld en een verhoging van de CTE, zodat het team in staat is om samen brede en verhoogde zorg te bieden. Zo verhogen we de leerwinst voor alle leerlingen.

In functie van de tweede onderzoeksvraag gaan we tegelijk met de uitvoering van de bovenvermelde initiatieven de waardecreatie monitoren. Dit doen we aan de hand van een combinatie van kwalitatieve onderzoeksmethoden. Concreet: 

  • Observatie van de leerateliers (3 leerateliers) + diepte-interviews met studenten en hun mentoren  (2 diepte-interviews met telkens 12 deelnemers)
  • Diepte-interviews met de mentorcoaches van de scholengroep Fluxus  (2 diepte-interviews met telkens 2 deelnemers) 
  • Observatie van professionaliseringsmomenten (3 professionaliseringsmomenten)