Overslaan en naar de inhoud gaan

Kinderrechtenmonitor

kinderen spelend

Sinds de goedkeuring van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: IVRK) hebben kinderrechten een aanzienlijke impact gehad op beleidsdomeinen en praktijken die zich richten naar kinderen en jongeren. Tal van hervormingen in onderwijs, de jeugdhulpverlening, de gezondheidszorg, het gezinsbeleid, etc. hebben bijgedragen aan het versterken van de belangen van kinderen en jongeren in onze samenleving. In Vlaanderen is het referentiekader van de kinderrechten de voorbije decennia uitgegroeid tot het richtinggevende kompas (Reynaert & Van Ceulebroeck, 2020). 

Wanneer we kijken naar kinderen en jongeren als volwaardige medeburgers dient zich dat ook te weerspiegelen in die indicatoren. Het kind dient de observatie-eenheid te zijn. De meting en monitoring van het Welzijn van kinderen start bij het kind en beweegt zich van daaruit naar buiten (Ben-Arieh, 2008). De monitoring van kinderrechten dient niet enkel op zich te staan, maar moet een bijdrage kunnen leveren aan beleidsontwikkeling, uitvoering en evaluatie.

In functie van de ontwikkeling van een instrument voor effectieve beleidsondersteuning, dient de oefening rond de monitoring van kinderrechten en de vernieuwing ervan verder te gaan dan het herdenken van indicatoren. De monitor moet als instrument in een groter geheel geplaatst worden van effectieve participatieve beleidsvoering in functie van realisatie en borgen van de rechten van het kind.

We analyseren het voorstel tot kinderrechtenmonitor 2.0 vanuit en de aanbevelingen uit het rapport van KeKi (2020). Enerzijds de algemene voorwaarden omtrent monitoring en kinderrechtenindicatoren, anderzijds de verschillende aangereikte pistes wat betreft de weg voorwaarts. In een eerste fase willen we inzetten op optie 1, namelijk de keuze voor minder kwantitatieve indicatoren die op regelmatige basis geactualiseerd kunnen worden. Dit geeft ruimte om daarnaast kwalitatieve informatie te genereren die de effectiviteit van de monitoring van kinderrechten verhoogt. Op termijn komen ook opties 2 en 3 in het vizier: de realisatie van een ideale set van kinderrechtenindicatoren en de integratie van de verschillende bestaande instrumenten die de rechten van het kind monitoren door verbinding te maken met andere beleidsniveaus.

Bij de realisatie van de indicatorenset trachten we bestaande bronnen maximaal te valoriseren. Deze oefening leidt tot een werkbare en kwaliteitsvolle kinderrechtenmonitor voor Vlaamse beleidsmakers. Om de kinderrechtenmonitor effectief te maken zetten we eveneens in op een kwalitatieve informatie in functie van realisatie van kinderrechten en kwantitatieve indicatoren.

Doelstellingen
  1. Ontwikkelen van gedragen kwaliteitsvolle en valide indicatoren via een kwalitatieve aanpak: selectie van indicatoren kinderrechtenmonitor 2.0
  2. Realisatie van set indicatoren: kinderrechtenmonitor 2.0
  3. Realisatie van een toegankelijk monitoringsrapport met kwantitatieve indicatoren aangevuld met kwalitatieve informatie in functie van realisatie van kinderrechten (presentatie kinderrechtenmonitor 2.0)
  4. Ontwikkeling van een helder en haalbaar monitoringsproces voor kinderrechten
  5. Aanbevelingen in functie van het ideaal waar het Vlaams beleid naartoe zou moeten streven, waarbij we onder andere optie 2 en 3 uit het beleidsadvies van KeKi verder concretiseren.