Door circulair te bouwen creëren we een kringloop waarbij materialen aan het einde van hun levenscyclus opnieuw gebruikt of gerecycled kunnen worden. Zo verbruiken we minder grondstoffen, verminderen we afval en onze CO2-uitstoot en maken we bouwmaterialen betaalbaar. Om hier aan bij te dragen onderzoeken we bij AP Hogeschool hoe de bouwsector de (potentiële) valorisatie van reststromen in kaart kan brengen. In dit artikel lijsten we de drempels en mogelijke oplossingen op.
Wat zijn de drempels?
- Er is een overvloed aan primaire grondstoffen
Momenteel is het nog te eenvoudig om voor primaire grondstoffen te kiezen. De productieprocessen van de fabrikanten zijn hierop afgestemd, en de klant ontvangt een “schoon” product met een gegarandeerde kwaliteit. Aangezien er voorlopig geen schaarste is, worden de prijzen en ontginningen
van primaire grondstoffen aanvaard. - Er heerst een drang naar vernieuwing
In tijden van massaproductie zijn consumenten gewend geraakt aan snelle productwisselingen. Ongeacht de kortere levensduur van veel
massaproducten, besluit de consument vaak snel om iets nieuw te willen. - De complexiteit van opslag en transport
De huidige transport- en opslagmethoden zijn naadloos afgestemd op nieuwe producten die rechtstreeks van de fabrikant komen en naar bouwhandel en/of bouwwerf worden vervoerd. Wanneer hergebruikte materialen worden geïntroduceerd, wordt de huidige situatie verstoord. Bovendien is er weinig zekerheid over de vraag naar deze secundaire materialen en de periode waarin ze moeten worden opgeslagen. Opslagplaatsen moeten anders worden ingericht en beheerd. - Hergebruik is niet goedkoper
De sloop van een gebouw moet selectief en voorzichtig gebeuren, zodat het materiaal met zo min mogelijk schade een zo groot mogelijke kans op hergebruik heeft. Dit vereist kennis en arbeidsuren. Het materiaal moet vervolgens getransporteerd- naar een opslagplaats waar het voor een (vaak onbepaalde) termijn wordt bewaard. Omdat primaire grondstoffen niet duur zijn, fabrikanten nog in een lineair businessmodel werken en transport en opslag relatief gemakkelijk zijn (zoals de bedrijven het al jarenlang gewend zijn) is een verschuiving naar ‘hergebruik van bouwmaterialen’ niet goedkoper. - Esthetische en hygiënische eisen
In een woning van 30 jaar oud lijkt de wastafel nog steeds wit. Zodra ze hergebruikt wordt in een nieuwbouwwoning, blijkt de kleur toch minder wit dan eerder gedacht. Ondanks jarenlang goed onderhoud, blijkt het niet zo aangenaam je tanden te poetsen aan een wastafel die eerder door vreemden is gebruikt. - Technische eisen zijn niet gegarandeerd
Aannemers kennen hun vak door en door. Zij weten dat bepaalde materialen, zoals bijvoorbeeld dragende balken, nog perfect hergebruikt kunnen worden en nog jaren het dak van een volgende woning kunnen dragen. Echter, zonder certificaat of andere waardevolle garantie zal de aannemer de balk niet hergebruiken vanwege zijn tienjarige aansprakelijkheid. - Onwetendheid bij bewoners
Bouwheren kiezen hun bouwmaterialen bij lokale handelaars. Daarbij wordt hen niet het volledige plaatje van de grondstoffen voor hun gekozen product. Als bouwheren zouden weten dat er ontginningen nodig zijn aan de andere kant van de wereld onder een regime van kinderarbeid, zou het hun voorkeur wellicht anders zijn. Een bewoner maakt zich geen zorgen of zijn woning herbruikbaar is. Vaak is dat immers het probleem voor de volgende eigenaar. Zijn woning is niet meer of minder comfortabel, niet meer of minder waard, als de onderdelen herbruikbaar zijn. - Imago
Er bestaan vooroordelen over hergebruik van materialen (of meer algemeen: over tweedehands producten of kledij). Het resoneert vaak niet met comfortabel of luxueus leven. “Consumenten van de tweedehandsmarkt zijn gierig of kunnen effectief geen nieuwe producten betalen.” Tweedehandsproducten zijn vies en/of versleten. En ga zo maar door.
En hoe lossen we dit op?
- Drempels verlagen
- Om grote stappen te kunnen zetten richting maximaal hergebruik van bouwmaterialen is het nodig om volgend uitgangspunt te hanteren: “Wat als… er géén nieuwe grondstoffen meer zijn?” Als we alleen nog kunnen bouwen met de bestaande materialen en producten, zal de bouwsector zich op een heel andere manier moeten organiseren. Laten we niet wachten tot die dag aanbreekt, maar anticiperen door innovatie en voorkomen dat die dag er ooit komt.
- Van jongs af aan leren dat je als consument niet standaard hoeft te kiezen voor nieuwe dingen zal de mindset veranderen. Het imago van “tweedehands” zal automatisch verbeteren. Ook kan lesmateriaal in lagere en middelbare school inzicht geven in de herkomst van onze bouwmaterialen.
- Door online beschikbare secundaire bouwmaterialen aan te bieden, worden vraagen aanbodzijde met elkaar verbonden. Als daarbij wordt aangegeven vanaf wanneer de materialen beschikbaar zijn, kan een architect hiermee rekening houden in zijn ontwerp of de aannemer in zijn berekening van transport en opslag.
- Een product wordt ‘afval’ genoemd zodra het in de afvalcontainer belandt. Zolang dat niet gebeurt, behoudt een product zijn waarde. Aan het einde van de gebruiksfase door de consument zal een product dan ook eerder een ‘grondstof’ dan een ‘afvalstof’ zijn. En dan gooit de consument het in de ‘grondstofcontainer’.
- Door bouwmaterialen en producten terug op te lappen, repareren, opblinken,..kunnen ze er weer ‘als nieuw’ tegenaan. Hygiënische en esthetische eisen worden terug ingelost. Deze rol kan weggelegd zijn voor de fabrikanten die – naast hun huidige productieproces met primaire grondstoffen – een nieuwe productielijn kunnen opstarten voor opgewaardeerde secundaire producten. Sommige producten dragen ook een geschiedenis, wat een meerwaarde kan betekenen.
- Analoog aan een EPC-label zou een materialenlabel meerwaarde kunnen geven aan een gebouw, waardoor de eigenaar ervan wél gestimuleerd kan geraken om met circulaire materialen aan de slag te gaan.
- Door de huidige procedures voor de opmaak van een sloopinventaris uit te breiden naar alle sloopwerven, komen er meer grondstoffen
terug in omloop. - Architecten kunnen circulair aanbesteden en bouwen. Is een verplichting dan wel nodig? “Als de juiste bedrijven met elkaar een match vinden,
ontstaat innovatie vanzelf. Intrinsieke initiatieven zijn veel waardevoller dan te moeten voldoen aan verplichtingen vanuit de overheid.” zegt Paul De Bruycker, voorzitter van Vlaanderen Circulair.
- Oplossingen in andere sectoren
- Recytyre: deze milieubijdrage wordt door de consument betaald bij aankoop van nieuwe autobanden. Bij einde gebruikstermijn wordt de ophaler
betaald met deze bijdrage. De ‘oude’ banden worden gerecycleerd of op de tweedehandsmarkt aangeboden. - Recupel: deze milieubijdrage wordt door de consument betaald bij aankoop van nieuwe elektrotoestellen. Bij einde gebruikstermijn haalt Recupel de elektrotoestellen op, betaald door deze bijdrage. De ‘oude’ elektrotoestellen worden na herstelling op de tweedehandsmarkt aangeboden via kringloopwinkels. Toestellen die niet meer te herstellen zijn, worden gerecycleerd.
- Bebat: bedrijven die batterijen aanbieden op de markt betalen een milieubijdrage. Consumenten kunnen ze op het einde van de gebruikstermijn gratis inleveren in een Bebatverzamelpunt. Na een zorgvuldige sortering worden de grondstoffen uit de batterijen gerecycleerd.
- Recytyre: deze milieubijdrage wordt door de consument betaald bij aankoop van nieuwe autobanden. Bij einde gebruikstermijn wordt de ophaler
- Oplossingen in het buitenland
- Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bouwproducten in Frankrijk: Producenten en importeurs van bouwproducten rekenen een milieubijdrage door aan de consument. De Franse overheid heeft vier eco-organisaties erkend voor het beheer van bouwafval, waarbij de producent aangesloten moet zijn.
- Samenwerking: “Alleen ga je sneller, samen kom je verder!”. Het is noodzakelijk dat alle bouwpartijen betrokken worden in het verhaal. De basis van verduurzamen is systeemdenken: bekijk wat de impact van een bepaalde oplossing is op alle vlakken en vanuit ieders perspectief. Het opstellen van een convenant zou alvast de neuzen in dezelfde richting zetten. Bij elke oplossing is het nodig om deze af te toetsen bij elke actor in de bouwsector, zelfs al is deze niet rechtstreeks betrokken in het nieuwe idee.
Onderzoek aan AP
Niet elke oplossing zal de volledige lading dekken. Afhankelijk van een bepaalde materialengroep (zoals afwerkingsmaterialen, constructieve materialen, leidingen en technieken, buitenschrijnwerk,…) zal de ene dan wel de andere oplossing meer geschikt zijn.
Op basis van input vanuit alle bouwgerelateerde sectorverenigingen en hun leden wordt de focus van het verdere onderzoek bepaald. De slaagkans van een oplossing is zoveel groter als ze gedragen wordt door degenen die ermee aan de slag moeten in het werkveld. Draagvlak geeft slaagkracht!

