Geschreven door Siham Chaoui, Elena Van den Broeck
Leren op het werk klinkt vanzelfsprekend. Maar voor medewerkers die vooral fysiek werk doen, weinig formele leerervaring hebben of de taal van de instructies niet goed beheersen, is het allesbehalve eenvoudig. AP Hogeschool onderzocht hoe leren op de werkvloer wél haalbaar en duurzaam kan zijn en gebruikte daarvoor de magazijncontext als concrete onderzoeksomgeving.
Een uitdaging die verder reikt dan het magazijn
Veel sectoren worstelen met dezelfde vraag: hoe zorg je ervoor dat medewerkers blijven leren en groeien, ook als ze laaggeschoold zijn, een andere taalachtergrond hebben, minder toegang hebben tot formele opleidingen én weinig positieve leerervaring meebrengen? En hoe doe je dat in een omgeving met hoge werkdruk, wisselende uurroosters, diverse teams, een omgeving die snel digitaliseert en beperkte middelen en tijd voor opleiding? Die vraag speelt in de bouw, de zorg, de schoonmaak en de voedingsindustrie. Wij keken naar de logistieke sector, en het magazijn in het bijzonder, als rijke context om werkplekleren in de brede zin te onderzoeken.
Wat leerden we over werkplekleren?
Leren werkt duurzaam als het verweven is met de werkdag
De belangrijkste les: leren mag geen losstaande activiteit zijn, maar is best een vast onderdeel van de dagelijkse werkpraktijk. Lange theoretische opleidingen sluiten vaak niet aan bij de doelgroep. Korte modules, buddy-systemen, visuele instructies en kennisclips zijn effectiever. Leren werkt het best wanneer het onmiddellijk toepasbaar is op de vloer, tijdens een taak en informeel met begeleiding door een collega. Zo blijft leren ook haalbaar in een operationele omgeving met tijdsdruk.
De rol van medewerkers verandert sneller dan het opleidingsaanbod
De functie van magazijnmedewerker evolueert van fysieke uitvoerder naar procesoperator, met meer aandacht voor gegevensinvoer, digitale systemen en probleemoplossend werken. Het aanbod aan opleidingen volgt deze evolutie echter onvoldoende. Veel opleidingen zijn nog sterk gericht op technische basisvaardigheden en besteden weinig aandacht aan procesinzicht, digitale competenties en het omgaan met verandering.
Praktijkgericht leren biedt hiervoor een krachtig alternatief. Door nieuwe vaardigheden te oefenen in realistische werksituaties begrijpen medewerkers sneller het waarom achter een taak en kunnen ze het geleerde onmiddellijk toepassen. Zeker voor medewerkers met weinig formele leerervaring is die directe koppeling tussen leren en doen essentieel om nieuwe rollen en verwachtingen succesvol op te nemen.
Soft skills maken het verschil
Werkgevers rekruteren steeds vaker op basis van werkhouding, communicatie en leerbereidheid, eerder dan op diploma’s of technische voorkennis. Vaardigheden zoals samenwerken in diverse teams, flexibel omspringen met wisselende taken en verantwoordelijkheidszin bepalen in hoge mate wie duurzaam inzetbaar blijft. Toch komen soft skills in formele opleidingen voor uitvoerende functies nog te weinig aan bod. Ook op het vlak van veiligheid spelen houding en cultuur een belangrijke rol.
Taal blijft een drempel
Beperkte taalvaardigheid en laaggeletterdheid bemoeilijken niet alleen het volgen van opleidingen, maar ook de groepsdynamiek en het veilig en efficiënt uitvoeren van het werk. Zelfs medewerkers die mondeling vlot communiceren, botsen op geschreven instructies en veiligheidsvoorschriften. Zonder taalondersteuning en taalbewuste leermaterialen blijft een grote groep achter.
Kleine bedrijven hebben andere noden dan grote
In KMO’s is de leercultuur informeler, zijn processen minder gestandaardiseerd en zijn opleidingsmiddelen beperkter. Tegelijk moeten medewerkers er breder inzetbaar zijn en flexibel schakelen tussen taken. Die combinatie van hoge verwachtingen en beperkte opleidingscapaciteit maakt gerichte en toegankelijke leeroplossingen voor deze doelgroep des te belangrijker. Standaardoplossingen uit grote bedrijven passen zelden zomaar in deze context.
Drempels zitten niet alleen bij de medewerker
Leerbereidheid en -vermogen hangt niet uitsluitend af van de individuele medewerker. Ook werkdruk, wisselende uurroosters, beperkte begeleiding, gebrek aan middelen en de bedrijfscultuur bepalen of iemand kan leren en groeien. Leren stimuleren vraagt dus meer dan goed leermateriaal, het vraagt ook aandacht voor de randvoorwaarden. Leren is een gedeelde verantwoordelijkheid.
Over het projectHet onderzoek vond plaats binnen het Interreg Vlaanderen-Nederland project Magazijnhelden van Morgen, in samenwerking met partners uit beide regio's. Vanuit AP Hogeschool werd het onderzoek uitgevoerd door de kenniscentra Onderzoek Levenslang Leren en Innoveren (OLLI) en Business en Recht Onderzoek (BRON). De onderzoekers werkten volgens de principes van Educational Design Research: een aanpak waarin wetenschappelijke inzichten en praktijkgerichte oplossingen elkaar voortdurend versterken. Het team combineerde verschillende methoden: diepte-interviews met magazijnmedewerkers en didactische experts, focusgroepen met werkgevers en lerenden, een bevraging bij 60 werkgevers en een inventarisatie van het bestaande opleidingsaanbod in Vlaanderen en Nederland. In totaal werden vier doelgroepen bevraagd, met een bijzondere aandacht voor kortgeschoolde en anderstalige medewerkers in kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s). |
Drie tools die onderzoek vertalen naar de praktijk
Het project leverde naast onderzoeksinzichten ook drie concrete tools op die breed inzetbaar zijn, zowel binnen de logistiek als in andere sectoren:
Een competentiemodel brengt de kennis, vaardigheden en attitudes in kaart die magazijnmedewerkers nu en in de toekomst nodig hebben. Het model onderscheidt zes clusters, van technisch-operationeel en digitaal tot veiligheid, sociaal-communicatief, zelfsturend-organiserend en leren-ontwikkelen, en geeft per competentie aan hoe de relevantie evolueert. Het is een bruikbaar referentiekader voor bedrijven, opleiders en HR-professionals.
Vijf persona's maken de diversiteit op de werkvloer tastbaar. Ze variëren van Steven (56), de ervaren vakman die collega's graag begeleidt maar worstelt met digitalisering, tot Amir (23), de ambitieuze nieuwkomer met taaluitdagingen, en Jens (21), de doener die snelheid boven precisie verkiest. Ze helpen om leermateriaal te ontwerpen dat aansluit bij echte profielen op de werkvloer.
Vijf service blueprints, één per persona, tonen waar leren ontstaat in dagelijkse praktijksituaties, welke knelpunten het leerproces belemmeren en welke actoren op de achtergrond een rol spelen. Ze bieden een gedetailleerde kaart die ontwerpers van leermaterialen helpt om op het juiste moment en met de juiste aanpak in te grijpen.
Wat volgt er nu?
De inzichten en tools vormen de basis voor de volgende projectfase, waarin partners concrete leermaterialen ontwikkelen. Denk aan:
- korte instructiescenario’s gebaseerd op dagelijkse praktijksituaties
- praktijkgerichte kennisclips
- een virtuele magazijnomgeving
- een soft skills lab rond communicatie en samenwerking
- simulaties om risicovolle handelingen veilig te oefenen
De lessen uit dit onderzoek tonen hoe organisaties in diverse sectoren werkplekleren duurzaam en inclusief kunnen maken, zelfs wanneer de werkvloer al erg druk is.
Lees meer
Ontdek het volledige eindrapport en het competentiemodel via de projectpagina:
https://interregvlaned.eu/magazijnhelden-van-morgen/oplossingen
Meer weten of samenwerken?
- Neem contact op via siham.chaoui@ap.be
Volg het project via LinkedIn
Dit onderzoek werd uitgevoerd door Siham Chaoui, Elena Van den Broeck, Eline Bens en Peter David (AP Hogeschool Antwerpen), in samenwerking met alle partners binnen het project Magazijnhelden van Morgen. Het project wordt mogelijk gemaakt met steun van de Europese Unie via Interreg Vlaanderen-Nederland en co-financiering van Provincie Antwerpen en Oost-Vlaanderen.

