Overslaan en naar de inhoud gaan

'Plaude laetare’ (rejoice and sing): Zuid-Nederlandse kerkmuziek in de Gouden Eeuw

Verlit Missae et Motetta

Als er in onze kennis van de muziek in de Zuidelijke Nederlanden in de 17e eeuw één blinde vlek is, dan is het wel die van de vocale kerkmuziek. Instrumentale muziek, zowel voor strijkers als voor klavierinstrumenten, is reeds goed in kaart gebracht. Ook volkse eenstemmige liedbundels alsook de traditie van meerstemmige kerstliederen (‘Cantiones Natalitiae’) waren reeds het onderwerp van uitvoerige studies.

In de periode 1640-1680 verschenen bij de Antwerpse muziekdrukker Phalesius ongeveer veertig verzamelingen met concerterende kerkmuziek van lokale componisten, die meestal werkten als organist of zangmeester in grote kerken en kloosters. Deze bundels bevatten telkens een combinatie van missen en motetten. Vermits die bundels bestaan uit aparte stemboekjes, zal Piet Stryckers vooreerst nieuwe partituren aanmaken. De voorkeur gaat hierbij uit naar motetten: het zijn kortere werken, en dikwijls hebben ze gevarieerdere teksten, soms met mooie beelden, die de componist uitnodigen tot grotere inventiviteit en emotionele betrokkenheid. Zo krijgen we zicht op de stijl en de kwaliteit. De periode 1630-40 was voor de muziek in onze streken een belangrijk keerpunt van een laat renaissancistische polyfone stijl naar een op Italiaanse voorbeelden geïnspireerde barokstijl. Voor instrumentale muziek en de ‘Cantiones Natalitiae’ is deze omslag goed gedocumenteerd. Stryckers hoopt hetzelfde te vinden bij de kerkmuziek.
Door na te gaan aan wie de bundels opgedragen waren, en voor welke feesten of aan welke heiligen de motetten geschreven werden, kan inzicht worden bekomen in het werkveld van de betrokken componisten.
Partituren zijn geen einddoel op zich, ze vragen om tot klank omgetoverd te worden. Stryckers zal ze daarom graag ter beschikking stellen van koren en vocale ensembles.