U bent hier

Onderzoek

AP Hogeschool verricht onderzoek binnen een groot en divers aantal studiegebieden in haar vier departementen, twee Schools of Arts en een centrale onderzoeksgroep. Die grote variatie aan disciplines biedt tal van mogelijkheden voor het uitbouwen van multidisciplinair onderzoek.

Onderzoeksbeleid

De diversiteit van het onderzoeksterrein van AP neemt nog toe doordat het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek en het onderzoek in de kunsten beide hun eigen specifieke kenmerken vertonen. Toch gelden de volgende algemene uitgangspunten voor al het onderzoek binnen AP:

  • Zowel artistiek als praktijkgericht onderzoek vertrekt van een probleemstelling die gerelateerd is aan de artistieke of professionele praktijk.
  • Het onderzoek leidt tot vernieuwende inzichten (artistieke, professionele, soms ook theoretische en methodologische) die bediscussieerd kunnen worden in een dialoog met peers.
  • Er is een sterke nexus tussen onderzoek en onderwijs. De resultaten en methoden van onderzoek worden geïntegreerd in de curricula en het verrichten van onderzoek draagt bij tot de ontwikkeling van vakinhoudelijke expertise en onderzoekscompetenties bij het onderwijzend personeel. Studenten kunnen hun onderzoekscompetenties verder ontwikkelen door medewerking aan onderzoeksprojecten, en het uitbouwen van onderzoek zorgt voor een onderzoeksinfrastructuur die ook bij het onderwijs kan worden gebruikt.

Samenwerking met het werkveld/de praktijk

Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek onderhoudt een nauwe relatie met het werkveld. Probleemstellingen komen veelal voort uit vragen en behoeften die leven bij bedrijven, bij overheidsinstellingen en bij organisaties uit onder meer de (para)medische, sociale of culturele sector. Tegelijk kan het, vanuit de in de hogeschool ontwikkelde expertise, het werkveld attenderen op (te) weinig onderkende problemen en uitdagingen. AP plaatst het werkveld expliciet in een internationale context en sluit zo aan bij Europa 2020.

Door de intensieve samenwerking tussen onderzoekers en vertegenwoordigers van het werkveld, kunnen de gevonden toepassingen en de verworven kennis optimaal doorstromen en circuleren. In die zin bestaat er ook een duidelijke relatie tussen de onderzoeksopdracht en de maatschappelijke dienstverlening van de hogeschool: de resultaten komen niet alleen het eigen onderwijs ten goede, maar ook het werkveld en de bredere samenleving. Daarnaast slaat de hogeschool de brug tussen de theoretische kennis die de universiteiten ontwikkelen via fundamenteel onderzoek en de praktische toepassingen in het werkveld, door constant de vertaalslag te maken van theoretische naar toepasbare kennis. Het onderzoek van de hogeschool is dus complementair aan dat van de universiteiten en biedt naast academische publicaties ook andere valorisatiemogelijkheden. Binnen het kader van de AUHA beschouwt AP de Universiteit Antwerpen wat dat betreft als een bevoorrechte samenwerkingspartner.

Ook het onderzoek in de kunsten staat niet op zichzelf. Allereerst zijn de onderzoekers veelal zelf kunstenaars en is hun onderzoek nauw verweven met hun artistieke praktijk. Op die manier komt een synergie tot stand tussen die artistieke praxis, de theorie van de betrokken kunstdiscipline, en het onderzoek.  En ook hier is sprake van een dubbelspoor: enerzijds komen de onderzoeksvragen tot stand door een explicitering van de onderzoeksdimensie die in de praktijk van een kunstenaar (en in de kunstopleidingen) vanouds al aanwezig is, anderzijds beïnvloedt het onderzoeksproces ook die artistieke praxis zelf en bestaat de output op zijn minst gedeeltelijk uit een kunstwerk. Anders dan in de professionele studiegebieden is het voor de artistieke studiegebieden ook een expliciete doelstelling om doctoraatsonderzoek te genereren. In eerste instantie werkt AP op het gebied van de kunsten binnen de AUHA samen met de Universiteit Antwerpen en met Sint Lucas Antwerpen (Karel de Grote-Hogeschool).

In dat verband is sinds 2015 ARIA (Antwerp Research Institute for the Arts) opgericht. Het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, Sint-Lucas Antwerpen en de Universiteit Antwerpen werken samen voor doctoraten in de kunsten. De zogenaamde derde cyclus richt zich expliciet op doctoraten in de kunsten, waarvan artistiek onderzoek de kern uitmaakt. Doctorandi worden begeleid door een promotor van de universiteit (UAntwerpen) en een promotor van een van de Schools of Arts.